Angela Barkhuysen

Angela Barkhuysen maakt muziektheater.

Of beter gezegd: ze vertelt verhalen. 

Dat kunnen gesproken, gezongen, of geschreven verhalen zijn.

Met muzikanten Sander van Herk en Rick Piepers maakte ze liedjes over sterke vrouwen.

Ze werkte als regisseur en speler mee aan voorstellingen voor museum Speelklok en de Hollandse Waterlinie.

Als maker en regisseur werkte ze mee aan de locatievoorstelling Watervlucht in Vianen. 

Daarnaast werkt ze met veel plezier bij Stadstrainers.

Muziek

Watervlucht

Watervlucht

https://www.youtube.com/watch?v=tRsCCyx5hA0

Het afgelopen jaar werkte Angela mee als regisseur aan de locatievoorstelling Watervlucht. De première zou op 22 maart zijn, maar toen zaten we al in een lockdown.

Ooit, als het weer kan, spelen we Watervlucht. In de uiterwaarden, de straten en de Grote Kerk van Vianen. Hou de website van Watervlucht in de gaten voor meer informatie: Watervlucht

Schröder en Rietveld

Truus Schröder en Gerrit Rietveld

https://www.youtube.com/watch?v=o8Uoq2IVjMo

Gerrit Rietveld en Truus Schröder ontmoeten elkaar als Gerrit een bureau komt afleveren dat hij gemaakt heeft voor de man van Truus. Ze raken aan de praat over dat bureau. Het is een traditioneel bureau en ze vinden het helemaal niks. Samen dromen ze over ‘het nieuwe’.
Truus vraagt Gerrit om een kamer in haar huis op de Biltstraat in te richten. ‘Het kamertje met de mooie grijzen’ noemde ze dat en als de man van Truus Schröder sterft, vraagt ze Gerrit om een huis voor haar te verbouwen. Omdat ze geen geschikt huis vinden, gaan ze op zoek naar een landje, om zelf een huis op te bouwen. Afzonderlijk van elkaar vinden ze hetzelfde stukje grond, aan de rand van de stad, op de Prins Hendrikkade naast een blinde muur. In de woorden van Truus: ‘Een onmogelijk stukje grond, waar ze allemaal een plasje kwamen doen. Een heel vies stukje grond.’

Het eerste én het tweede ontwerp dat Gerrit maakte, keurde Truus af. Het ging haar niet ver genoeg en ze wil méé ontwerpen.
Met de plattegrond en de ligging van het huis als uitgangspunt begonnen ze opnieuw.
‘Die muren’, vroeg Truus ‘kunnen die ook weg?’.
‘Graag’ zei Gerrit en hij ontwierp een schuifwandensysteem.

Gerrit Rietveld is er altijd heel duidelijk over geweest dat Truus veel invloed op zijn ontwerpen had. Hij was meubelmaker toen Truus hem de opdracht gaf dit huis te bouwen. Een huis zoals er nog een huis gebouwd was.
Volgens de bouwcommissie was het niet eens een huis. Het ontwerp is alleen maar goedgekeurd omdat Gerrit opzettelijk wat foutjes in het ontwerp had gemaakt.
De laatste jaren van zijn leven, nadat zijn vrouw was overleden, leefde Gerrit met Truus in het huis dat ze hebben gebouwd. Na zijn dood bleef Truus er wonen tot ook zij op hoge leeftijd stierf.

Bonny en Read

Bonny en Read

Aan het begin van de 18e eeuw maken Anne Bonny en Mary Read de zeeën onveilig. Samen met Jack Rackham en zijn mannen beroven ze elk schip dat ze te pakken kunnen krijgen. Ze worden steeds stoutmoediger, tot ze uiteindelijk gearresteerd worden. Het proces dat dan volgt veroorzaakt een wereldwijd schandaal. Niet alleen zijn er aan boord van het schip van Jack Rackham twee vrouwen, ze vloeken ook nog eens als bootwerkers én ze zijn allebei zwanger. 

Samen met gitarist Sander van Herk maakte Angela de voorstelling Bonny en Read, waarmee ze onder andere speelden op het Fringe festival in Delft.

https://www.youtube.com/watch?v=SfzVTC-9fck
Angela Barkhuysen Fringe Delft

Anne Bonny

gravure van Anne Bonny

Anne Bonny was een wilde ziel. Zo veel is zeker.

Ze was het kind van de bekende Ierse advocaat William McCormac en zijn huishoudster Mary Brennan.

McCormac was in die tijd getrouwd met een rijke vrouw. Nou kwamen dit soort buitenechtelijke kinderen heel veel voor en was dat eigenlijk geen enkel probleem. Maar toen hij niet alleen weigerde de huishoudster met schande overladen weg te sturen en zelfs openlijk met haar en het kind ging samenwonen, kreeg hij geen werk meer.

Eigenwijs en opvliegend als hij was, scheepte hij zich met moeder en kind in op een schip naar Amerika. Daar werd hij door zijn handelsinstinct in korte tijd steenrijk. Hij kocht een grote plantage nabij het tegenwoordige Charleston in South Carolina.

Toen Anne dertien was, overleed haar moeder. Ze zeggen dat ze daarom verwilderde, maar ik denk dat ze die wilde koppigheid gewoon van haar vader en moeder had geërfd.

Ze liep blootsvoets en schaars gekleed over de plantage, deed precies waar ze zin in had en  sloop ´s nachts het huis uit om te gaan feesten in de stad. Omdat ze niet alleen mooi was, maar ook nog eens erfgename van een aanzienlijke plantage, had ze al snel een schare aanbidders. Ze vond ze allemaal stomvervelend.

Toen één van die aanbidders haar op een dag overviel toen ze weer eens in haar onderjurk een uithoek van de plantage verkende, gaf ze hem zo´n pak slaag, dat hij weken het bed moest houden.

Ze ging vaak op stap in Charles Town en daar ontmoette ze James Bonny, een knappe piraat. Toen James ontdekte dat Annes vader steenrijk was, stelde hij voor om stiekem te trouwen. Hij hoopte zo de plantage in handen te krijgen. Anne, amper zestien en daardoor toch wat naïef, vond het een geweldig idee.

James had al snel spijt van zijn snode plan. De vader van Anne werd razend toen ze hem haar kersverse echtgenoot kwam voorstellen. Hij onterfde haar en gooide haar uit huis. Anne werd vervolgens zo woedend dat ze de plantage in de fik stak.

Voor James zat er niets anders op dan met zijn nieuwe vrouw te vertrekken. Hij hoopte op New Providence zijn oude leventje als piraat te kunnen voortzetten, maar toen New Providence werd overgenomen door de nieuwe gouverneur Woodes Rogers ging hij meteen als informant werken en gaf zijn oude maten aan voor geld.

Anne had inmiddels veel vrienden gemaakt onder de piraten en wilde niets meer met James te maken hebben. Ze nam haar oude gewoonte weer op en sloop ´s nachts het huis uit om te dansen in de stad.

Ze raakte bevriend met de homoseksuele bordeelhouder Pierre Bousquet. Hij maakte voor haar de fluwelen broek waarin ze later als piraat vocht en in zijn kroeg ontmoette ze Mary Read en later ook Jack Rackham.

Mary Read

Gravure van Mary ReadOver Mary Read zijn veel verhalen verteld, maar de meesten zijn verzonnen.
Ze zou door haar moeder als jongen zijn opgevoed, om geld af te troggelen van een rijke tante. Ze zou in het leger hebben gevochten in de Spaanse Successieoorlog en verliefd zijn geworden op een Vlaamse soldaat.
Die soldaat raakte uiteraard hevig in verwarring, maar toen eenmaal duidelijk was dat Mary een vrouw was werden ze ter plekke getrouwd door hun commandant en verlieten het leger.
Interessant is, dat ze daarna volgens de verhalen  een herberg begonnen in de buurt van het kasteel van Breda. De herberg heette ´de Drie Hoefijzers´en zou hebben gelegen aan de  Boschstraat, tegenover de brouwerij op nummer 5 (daar moet ik dus nog een keer naartoe).
Na het overlijden van haar man, trekt Mary haar mannenkleding weer aan en gaat varen. Zo komt ze op een goed moment aan boord van kapitein Jack Rackham en ontmoet daar Anne Bonny.
Over de relatie tussen Anne, Mary en Jack wordt uitvoerig gespeculeerd. Mary zou uit jaloezie wel eens een minnaar van Anne hebben doodgestoken. In ieder geval hadden Anne en Jack een relatie en waren Anne en Mary toen ze gearresteerd werden allebei zwanger.
Het einde van Mary Read is ongewis. Vanwege haar zwangerschap werden zij en Anne niet opgehangen, zoals de rest van de bemanning van Jack Rackham. Er wordt gezegd dat ze in de gevangenis stierf aan griep, maar ook dat Anne haar met een list bevrijdde, toen zij zelf vrijgekocht werd door haar vader.
Die laatste versie is natuurlijk mijn favoriet.

Jack Rackham

Gravure van Jack Rackham
Calico Jack Rackham was in mijn ogen een piraat van niks. Roekeloos en tegelijkertijd laf. Wij kennen zijn naam alleen nog omdat hij het liefje was van Anne Bonny en vaarde met Mary Read.
Hij werd Calico Jack genoemd omdat hij altijd kleurige pakken van Calico katoen droeg (bedrukt katoen uit India).
Daarnaast wordt beweerd dat hij de bedenker is van de Jolly Roger, de zwarte piratenvlag met de schedel en de zwaarden.
Hij was knap, had een vlotte babbel en versierde vrouwen zoals hij schepen kaapte:
Geen tijd verliezen, direct langszij gaan liggen, pistool trekken en de buit pakken.
Als hij op een avond Anne Bonny ziet dansen, bedenkt hij zich geen seconde.
Na een korte strooptocht door het Caribisch gebied, wordt het schip van Jack geënterd door een piratenjager. Helaas heeft Jack de dag daarvoor een schip met wijn gekaapt en is de hele bemanning straalbezopen. De enigen die het schip verdedigen zijn Anne Bonny en Mary Read. Jack en zijn bemanning hebben zich jammerend in het vooronder verstopt.
Na een lang gevecht (Anne en Mary geven zich niet zomaar gewonnen), wordt iedereen gearresteerd. Het proces tegen Jack Rackham en zijn bemanning  vindt op Jamaica plaats. De hele bemanning wordt tot de strop veroordeeld, behalve Anne en Mary, omdat die allebei zwanger zijn.
Als Anne een laatste gesprek heeft met Jack voor hij wordt opgehangen, zegt ze:
Het spijt me je hier te zien Jack, maar als je had gevochten als een man, zou je nu niet hoeven hangen als een hond.
Jack wordt op 17 november 1720 opgehangen op Gallow Point bij La Vega.

Mata Hari

Mata Hari

Het leven van Margaretha Zelle

Op 15 oktober 1917, werd Margaretha Geertruida Zelle gefusilleerd werd door een Frans vuurpeloton. Daarmee kwam een einde aan het leven van de kleurrijke Friezin en begon de legende van Mata Hari (zoals ze zichzelf noemde).

Was ze de spion waar de Fransen haar voor aanzagen? De fatale vrouw, op geld beluste courtisane, die alles voor geld deed?

Mijn oma sprak vroeger wel eens over Mata Hari. Fluisterend. Ik spitste dan natuurlijk mijn kleine meisjesoren. ‘Femme fatale’ hoorde ik en ‘danseres’ en in mijn hoofd ontstond een voorstelling: een beeldschone vrouw, die gehuld in sjaaltjes, kettingen en belletjes door de mistige straatjes van Parijs sloop. In haar hand een briefje in codetaal.

Op één van de bruggen over de Seine staat een man op haar te wachten. Een man met een snor, een regenjas en een krant onder zijn arm. Mata Hari overhandigt hem het briefje en verdwijnt rinkelend in de nacht. De man kijkt haar verlangend na.

Later, veel later, zag ik pas een foto van Mata Hari. Het was bovenstaande foto. En wat me trof in die foto, was haar blik. Een beetje droevig vond ik. Dat kon ik niet rijmen met het beeld in mijn hoofd en daarmee veranderde ze van een legende in een mens voor mij.

Legendes zijn eendimensionaal . Goed of slecht. Mooi of lelijk. Dader of slachtoffer.

Margaretha Geertruida Zelle was mooi, naïef, fataal, manipulatief, tragisch, eenzaam, aandoenlijk en dat allemaal tegelijk. Hoe meer ik over haar lees, hoe meer vragen ze oproept. Kleine puzzelstukjes die ik met mijn verbeelding aan elkaar plak en in mijn liedjes giet.

En nog altijd denk ik haar niet helemaal te kennen.

Monoloog

Ik schreef deze monoloog voor de voorstelling 1919 en gebruikte fragmenten uit de brieven van Mata Hari en krantenknipsels over haar rechtszaak als inspiratie.

We bevinden ons in de cel bij Margaretha Zelle en dit is haar laatste nacht:

 

 Mata Hari

 

Met je vuist op tafel slaan, laten zien wie de sterkste is. Geweld gebruiken om je zin te krijgen. Anderen geweld laten gebruiken om je zin te krijgen. Opdrachten geven. Dwingen en kapot maken. Al die jonge mannen in de loopgraven die keer op keer als maden tevoorschijn kruipen om zich te laten vermoorden.

Mannen weten niet wat macht is. Je hals draaien, je arm ontbloten, je haar laten vallen. Ja, te kunnen zeggen. Ja, ik ga met je mee. Ja, ik ook van jou. Dat is mijn macht. De macht van een mooie vrouw.

Al mijn minnaars. Die hun leven zouden geven voor mij! Brieven hebben ze geschreven. Verzoeken ingediend. Gedanst naar de pijpen van de mannetjes die hoger op de ladder stonden.

Als mijn geliefde hier in deze cel had gezeten, ik had hem vrij gekregen. Ik had geweten tegen wie ik ’ Ja’ moest zeggen om mijn zin te krijgen.

Nu word ik een hoer genoemd. Omdat ik heb geslapen met hoge officieren, van beide kanten. Omdat ik mijn macht gebruik om te krijgen wat ik wil. Omdat ik weiger klein en deemoedig te zijn. Omdat ik een vrouw ben.

Hoeren, dat zijn slaven van honger en gebrek. Machtelozen. Ik heb ze gezien, in de bordelen bij het front. Armzalige schepsels. Lelijk, ziek en onder de luizen. Alles voor een korst brood, een slok wijn. Dat is niet het vermogen om ‘ ja’ te zeggen. Dat is de onmogelijkheid om nee te zeggen. Ziek zijn van jezelf en toch moeten.

Het was allemaal mooi en zedig en goed dat ik danste voor een zaal vol loerende mannen. ’Haar naaktheid is bewonderenswaardig en kuis, omdat hij schoon is. De volmaaktheid der vormen schenkt hoog kunstgenot aan hen die het voorrecht hebben deze dansen te aanschouwen en geen enkel idee dat niet zuiver-esthetisch was, kwam daarbij bij hen op.’

En nu ben ik een zedeloze vrouw, een typische representante van ’een inferieur oosters ras’. Gewetenloos, gewend om mannen te gebruiken voor haar eigen voordeel, de grootste vrouwelijke spion van deze eeuw. (Citeert:) ’Haar persoonlijkheid, haar karakter, haar cultuur, haar donkere huid en haar mentaliteit — niets van dat alles strookte met onze waarden en normen.’

Mannen, die niet tot het leger behoorden, hebben mij nooit geïnteresseerd. De officier is in mijn ogen een hoger wezen, een held, steeds bereid tot het trotseren van alle gevaren, tot het beleven van alle avonturen.

Ik heb altijd geweten hoe ik moest krijgen wat ik wilde. Mannen in uniform. De knopen blinkend gepoetst, de petten recht op het hoofd. Geweer op de schouders. ’ Leg aan!’ Netjes in het gelid zullen ze staan en ik zal ze recht in de ogen kijken.

De dans van Mata Hari

Hoe Mata Hari danste, zullen we nooit precies weten. Er zijn alleen foto’s en geen bewegende beelden.

Toch krijg ik wel een indruk als ik de foto’s bekijk en het melodietje hoor, waarvan ik de bladmuziek in één van haar plakboeken aantrof.

Mysterieus, traag en sensueel moet het zijn geweest. In de video kun je horen hoe de muziek klinkt op mijn muziekdoosje en op de foto’s hoe dat er dan uit zag.

https://youtu.be/9DhLP54P_hU
Previous
Next

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Mata Hari

1919 Vrouwen in de Eerste Wereldoorlog

logo 1919

Vrouwen in de Eerste Wereldoorlog

Een verpleegster, een journaliste, een vrouw die wacht op haar man en een levensgevaarlijke spionne. Deze vrouwen komen aan het woord in de voorstelling 1919, over vrouwen in de Eerste Wereldoorlog.

Angela Barkhuysen en Rick Piepers in 1919
https://www.youtube.com/watch?v=cJul0Fj2u58https://www.youtube.com/watch?v=KbD5OYb2X7Q

1919: Interview door Henk Roozeboom

Vechten tegen de mannelijke moraal ten tijde van de Eerste Wereldoorlog
Door Henk Roozeboom
Als ik iets wil, dan moet ik er ook voor gaan, dacht Angela van Leeuwen en produceerde zonder crowdfunding of subsidies, maar gewoon door geld opzij te leggen, de voorstelling 1919. Een stuk vol liedjes en verhalen over bijzondere vrouwen in de Eerste Wereldoorlog.
Van Leeuwen is ‘gewoon’ gaan schrijven. Toen het af was maakte ze afspraken met Rick Piepers die haar wilde helpen met de muziek en met regisseur Kim Arnold die haar wel wilde regisseren. Daarna regelde ze een theaterzaal en staat 22 februari op de planken met haar eigen voorstelling 1919.
Het is een jaar na de Eerste Wereldoorlog. De vrede is getekend. Een vrouw wacht tot haar man terug komt van het front. Ze denkt na over vrouwen die het anders hebben aangepakt en op zijn minst iets hebben gedaan waar ze zelf “voor gingen”. Van Leeuwen speelt die vrouw. Ze bezingt drie vrijgevochten en stoere vrouwen en vertelt hun verhalen.     “De moraal van mijn voorstelling is dat je je kansen moet pakken en doen wat er gedaan moet worden om je doel te bereiken,” zegt Van Leeuwen. In de jaren rond 1920, waarin de vrouwenemancipatie nog een vies woord was, is dat zeker voor vrouwen een moeilijke en moedige keuze geweest.
Als voorbeeld noemt Van Leeuwen Dorothy Lawrence, een meisje van negentien, dat journalist wilde worden en op een fiets naar het front trok. Ze verbleef tien dagen als man verkleed in de loopgraven en bracht daarmee de Engelse legertop in grote verlegenheid.
Een mannenwereld waarin de legendarische Mata Hari volgens de regels van haar eigen seksuele moraal een belangrijke rol speelde. “Volgens Mata Hari hebben vrouwen de macht over seks,” zegt Van Leeuwen. “Ik denk dat zij van de theorie uitging dat vrouwen er ja of nee tegen kunnen zeggen. De macht van mannen komt wat dat betreft alleen op dwingen en kapot maken neer. In hoeverre Mata Hari daar, tijdens haar al dan niet vermeende spionageactiviteiten, gebruik van heeft gemaakt, weten we pas echt wanneer haar dossier in 2017 geopend wordt.”
Hari en Lawrence waren vrouwen die een geëmancipeerde rol najoegen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dat wil niet zeggen dat Van Leeuwen vrouwen die een meer traditionele vrouwenrol ambieerden uit de weg gaat. “Vol goede bedoelingen was ik uit de trein gestapt om levens te redden. Kalm en liefdevol. Een baken van rust te zijn voor de soldaten die gewond waren geraakt in dienst van het vaderland, ” laat ze een verpleegster zeggen. Die ziekenverzorgster keerde ontgoocheld van het fronthospitaal terug. Onder vernederende werkomstandigheden, zag ze gruwelijke dingen en leerde dat het haar taak niet was om soldaten te genezen maar ze zo snel mogelijk weer gevechtsklaar te maken.
Ondertussen denkt de wachtende vrouw aan de auto van haar man die ongebruikt in de garage staat. Want in die tijd hoorden vrouwen niet te rijden. En wat doet zij?

Voorstelling: 1919, productie, tekst, zang  en spel: Angela van Leeuwen, regie Kim Arnold, muziek: Rick Piepers

Verpleegster

De volgende monoloog komt uit de voorstelling 1919. Ik heb deze tekst gebaseerd op brieven van verpleegsters in de Eerste Wereldoorlog. Het werk dat deze vrouwen deden was ongekend zwaar. Ze maakten lange uren en de vreselijke oorlogswonden waren traumatiserend. Het kwam regelmatig voor dat deze vrouwen door uitputting en shock in een soort zombie achtige toestand terecht kwamen.

Monoloog verpleegster

Na één van die nachten, elk leeg bed werd direct weer gevuld, liep ze naar buiten. Ze sloot de zware deur en kwam vanuit het kreunen, jammeren en sterven in de absolute stilte.

De aanhoudende vorst had glinsterende randen op de brokken modder achtergelaten.

Kleine wolkjes kropen uit de monden van de wachters en daarboven de volle maan in een roetzwarte hemel.

Vol goede bedoelingen was ik hier uit de trein gestapt. Levens redden. Kalm en liefdevol.

Een baken van rust voor de soldaten die gewond waren geraakt in dienst van het vaderland. Jong, ontzettend jong. Open wonden, uitwerpselen en de geur van bloed, maar het meest van alles schokte me de naaktheid.

Tot die dag had ik niet eens geweten hoe een man er onder zijn kleding uit zag. Het gevoel van spieren en botten onder warme huid. De intimiteit. Opwinding, afschuw en schaamte tegelijk.

Toen de eerste onder mijn handen stierf, barstte ik in tranen uit. Hij had een brief bij zich voor zijn moeder en een foto van een zacht meisje met krullen en lintjes in het haar.

Maar na die eerste dode kwam er nog één en nog één en nog één. Ik raakte er aan gewend. De naakte, kwetsbare mannen van vlees en bloed werden…wonden die schoongemaakt moesten worden, lichaamsdelen die wel of niet werden afgezet, vlees dat gewassen en verbonden werd. Prevelende objecten in een eeuwigdurende rondgang bij lamplicht.

De doden en onherstelbaar beschadigden mochten naar huis.  Ongeschikt om te vechten. De rest werd opgelapt, gevechtsklaar gemaakt en teruggestuurd.

Soms smeekte zo’n man me zijn hand af te zetten als die nog te redden was, de kogelwond niet schoon te maken. Liever invalide dan terug naar de loopgraven.

En dan de krankzinnigen. Met grote schrikogen zaten ze voor zich uit te staren. Uiterlijk ongeschonden en dus in staat om te vechten. Of wilden ze soms als deserteurs voor de krijgsraad? Waanzin is verraad aan het vaderland. Stop ze in een gesticht! Geen cent pensioen. Waanzin komt niet van de oorlog.

Eind april 1915. De eerste trein met jammerende, krijsende mannen rijdt binnen. Bladderende huid, hijgen, hoesten, kermen en uiteindelijk zwijgend sterven. Yperiet. Mosterdgas. Een sterke etenslucht vertelde één van de soldaten me. Zijn gezicht was aangetast. Gesmolten leek het wel. Ik durfde hem nauwelijks aan te kijken. Niet om wat mijn ogen zouden zien, maar wel om wat hij in mijn ogen zou lezen.

Maar ook daar raak je aan gewend. Denk je. De oorlog vreet aan je hart. Maakt het gevoelloos en dof. Ik hoefde nauwelijks nog te slapen, mijn lach bevroren op mijn kaken, mijn handen altijd koud. Ik was zelf één van die doden aan het worden. Stelde geen vragen meer, was ongevoelig voor het leed. Weer een wagonlading vlees en lijken. Wat maakt het uit?

Zo stond ik daar in die vriesnacht. Iets erger dan de dood door granaatvuur of mortieren bedreigde mij. Het kroop uit de bevroren modderkluiten langs mijn benen omhoog. Mijn ziel flakkerend en uitdovend in de eindeloze nacht. En toen…

 

Muziek begint, ze zingt:

 

Iemand fluit in de nacht

Fluit voor de zoekende zielen

fluit voor zijn bloedende hart

Schel en volhardend in de ijzige kou

Fluit wat licht in het zwart.

Iemand die fluit

Iemand die fluit

Iemand die fluit in de nacht

Daisy, daisy, give me your answer do

I’m half crazy

All for the love of you

It won’t be a stylish marriage

I can’t afford a carriage

But you’ll look sweet

Upon the seat

Of a bicycle made for two

Iemand fluit in de nacht (live)

Meer lezen:

GRAS

GRAS

https://youtu.be/MkW-ycb-VLA

Rockband voor kinderen

Zang en teksten: Angela Barkhuysen

Gitaar en productie: Sander van Herk

Bas: Rob Geerts

Drums: George Daams

GRAS speelde tot 2013 (toen iedereen iets anders ging doen) met veel plezier de voorstelling Maanmachine. Je kunt de muziek nog steeds beluisteren op Soundcloud en misschien verschijnt het verhaal van Maanmachine ooit nog als podcast.

 

Community Art

Community Art

Naïma en Latifa

Naïma en Latifa was mijn eerste tekst in opdracht. Ik schreef de tekst voor de afstudeervoorstelling van Suzanne Reindersma .

Deze tekst is gebaseerd op interviews met vrouwen die van huis weg zijn gelopen.

Ik was ook betrokken bij de oprichting van Stichting Vida.

Meer informatie over Stichting Vida: Vida

Lichaam en Ziel

Voor het Tolhuistuinfestival maakte ik met Suzanne Reindersma en Sahar Roumiz de installatie ‘Lichaam en Ziel’ over reizen, thuis voelen, het verlangen naar je moederland en heimwee.

De volgende interviews komen uit dit project.

Abir

In Egypte was ik een prinses.

Ik ben verwend in mijn land.

Toen was ik een meisje, heel blij met mezelf.

Ik zag er heel chique uit, altijd hoge hakken.

Nog nooit in mijn leven loop ik zonder nagellak.

’s Ochtends draag ik een rode jurk met rode nagellak.

’s Avonds heb ik andere kleren, fuchsia, daar past rood niet bij.

Meteen andere nagellak.

Zelfs mijn aansteker was dezelfde kleur als mijn kleren.

De eerste winkel die ik zie hier: Blokker.

Dat was een hele grote klap. Een shock.

Nooit aan gedacht.

Alles wat zij hebben, hebben wij ook!

Ik zoek een jurk.

Een mooie jurk.

Ik kan het niet vinden.

Als je parfum draagt zeggen ze: ‘Jij stinkt’.

Niemand draagt hoeden.

De eerste tijd maakte mijn man me elke nacht wakker, want ik huilde in mijn slaap.

Nu ben ik honderd procent anders, je moet doorgaan.

Nu zit ik in mijn binnenkleren in de tuin.

Laatst loop ik op straat.

Op mijn slippers!

Ik kijk…

Verschrikkelijk!

Ik loop op mijn slippers op straat!

Ik ben honderd procent anders.

Je moet doorgaan.

Shahnaz

Het zit in mijn bloed. Mensen helpen. Ik ben heel actief. Als ik thuis ben, is er altijd telefoon voor mij.

Ik heb zoveel verhalen.

Over een vrouw. Zij heeft een klein kind. Ze is gescheiden. Zij belt mij vaak. Ik luister. Ik zeg: “Het is nieuw, het moet wennen”.

Op een keer belde ze mij om elf uur ’s avonds. Ik had bezoek. Ik zei: “Ik bel jou over een kwartiertje”.

Een kwartiertje later: Ik bel. Geen antwoord. Misschien is ze onder de douche?

Vijf minuten later: Bellen. Niks.

Nog vijf minuten: Niks.

De volgende morgen: Ik bel. Het kleine kind neemt op, hij zegt: “Mijn mama slaapt”.

Ik zeg: “Als mama wakker wordt, mama bellen”.

Uurtje later heb ik weer gebeld. Weer haar zoontje.

“Waar is mama?” vraag ik. Hij zegt weer “Mama slaapt”.

En dan geeft hij over. “Doe maar rustig” zeg ik “Doe maar rustig. Ga naar de buurvrouw. Hij zegt: “Mama is ziek”. Ik zeg: “Hou de telefoon maar vast. De telefoon blijft bij jou. Ik blijf bij jou”.

Hij komt daar. Ik zeg: “Geef de telefoon maar aan de buurvrouw”. Ik zeg tegen de buurvrouw:”Bel een ambulance. Ik ben zo daar”.

Ik kom daar. Het is druk in de straat. Er is een ambulance. Zij is overleden, ze had een tumor.

Zij is gestorven tussen elf uur en kwart over elf. Ik weet het, want toen heb ik gebeld.

De volgende dag was het warm. Ramen dicht. Het kindje heeft niks gegeten, niks gedronken.

Daarom moest hij overgeven.

Als ik niet gebeld had, lag zij daar een paar dagen dood. En het kindje ook.

Daarom.

Daarom wil ik altijd helpen, is er altijd telefoon voor mij. Maar ik ben tevreden. Omdat ik het zo wil.

Ik heb het nooit vergeten. Ik wil altijd dichtbij. Dichtbij zijn.

Daarom. Daarom, help ik.

Zone (0)30

 Zone (0)30 Utrecht-Berlin was een tentoonstelling annex boekpresentatie in de voormalige fietsenwinkel van Ekeris aan de ’t Goylaan (tegenover de nieuwe winkel van Ekeris).

De fotografen Sahar Roumiz en Rogier Alleblas toonden daar een geslaagde vervlechting van twee series schitterende foto’s van mensen uit de Berlijnse Utrechter Strasse (door Alleblas) en uit de Hoogravense de ’t Goylaan (door Roumiz).

Voor dit fotoboek werkte ik interviews uit en deed ik de eindredactie.

Meer informatie: Zone (0)30

HIER

Is hier jouw thuis?

Het geluid van gouden armbanden?

Een zware trein die voorbij gaat?

Een kopje koffie?

 

In de korte film HIER vertellen vrouwen uit Kanaleneiland hun verhaal. Onder begeleiding van Sahar Roumiz en Angela Barkhuysen hebben deze vrouwen in het 3-generatiescentrum hun persoonlijke verhalen vertaald naar film en fotografische beelden. 

 

Het project HIER is mede mogelijk gemaakt door ZIMIHC.

Met dank aan het 3-generatiescentrum, Gemeente Utrecht en Fonds voor Cultuurparticipatie.



Sjaak

Sjaak woonde in hetzelfde bejaardentehuis als mijn oma, midden in de Haagse Schilderswijk. Ik interviewde hem voor het project ‘Interview’ op de Theaterkade.

 

Je krijgt hier tegenwoordig geeneens meer een tweede bakkie. Geen geld meer zeker. Ik zou wel eens willen weten waar al dat geld blijft. Laat ik het zo zeggen, ik weet toevallig wat er te koop is.

Valt zwaar tegen.

Ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar ik denk dat ze te veel voor d’r eigen nodig hebben.

D’r is een hoop mis hier.

De verpleging, de directie.

Laat ik het zo zeggen, d’r wordt een hoop onderscheid gemaakt.

Wat wordt er nou nog georganiseerd heden ten dage?

Betrekkelijk weinig, laat ik het zo zeggen.

En als ze wat organiseren zit je met al die ongelukkige mensen.

Ga je naar Amsterdam. Met de bus. Krijg je een bakkie. Een tweede bakkie ken d’r niet af. Hebben ze een limiet.

Dus ik zeg: “Weet je wat we doen? Geef ik toch dat tweede bakkie?”

Nou, ik heb honger, dus ik bestel een broodje met lever. Hadden ze in eens allemaal honger.

Nee, laat ik het zo zeggen, de aardigheid is eraf hier.

Er zijn mensen die wegvallen en dat waren de mensen die gezelligheid brachten. En wat hou je dan nog over? Nul komma nul. En op dat punt zijn we nu aanbeland.

Het lijkt wel gezellig, maar het moet niet langer duren als anderhalf uur. Je hoort steeds dezelfde verhalen. Ik ben enkelt ’s middags een uurtje beneden. Dan ga ik weer naar boven. Dan heb ik het gehad. Ik zit me eigen vooral te vervelen. Die TV ken je ook het raam uitgooien. Allemaal herhaling. Ik zal je es wat zeggen, ik ben al in geen zeven maanden meer buiten geweest.

Je mag straks ook niet meer roken hier. Daar hebben die anderen last van. Maar als die hier van de handwerkclub zo hard zitten te kakelen dat ik me eigen niet meer ken horen denken, dan mag dat wel. Dat is gezellig. En dan dat getik van die breipennen…

Nou, dan ga ik wel op mijn kamer zitten roken.

Oh god, ik schrik me eigen dood. Ik dacht even dat ik een lekkage had. Nee, ik heb een stoma. Ja, je krijgt het allemaal maar. Als ik het moest kopen dan deed ik het niet. Ik heb astma, psoriasis eh… noem maar op.

Nou moest ik voor die psoriasis in een cabine. Deurtje dicht, deurtje open en je komt eruit alsof je een week op Mallorca aan het strand heb liggen bakken.

Maar nou was zo’n zustertje me vergeten. Als een kreeft was ik. Als een kreeft. Nog een gelukkie dat er toevallig iemand mij op die deur hoorde bonken. Anders had ik hier nou niet meer gezeten. Als een kreeft was ik. Ze was me gewoon vergeten. En bóós dat die dokter was. “Ze had U nooit alleen mogen laten!” Ze was me gewoon vergeten. Ik was als een kreeft.

Ik heb alles wat er op het bordje van het ziekenhuis staat behalve de spreekuren.

Nee, de aardigheid is eraf hier. Laat ik het zo zeggen: Het is een dood kindje met een lam handje.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Community

Sam en Doornroosje

Sam & Doornroosje

Voor museum Speelklok schreef en regisseerde Angela samen met Soula Notos de voorstelling Sam & Doornroosje.

Over Sam, die moet trouwen met de gemene prinses en over Doornroosje die steeds maar in slaap valt. Vreemde dansjes, mooie liedjes en onverwachte wendingen. Met de muziekmachines van Museum Speelklok in een grote bijrol.